Passie concert Vox Antiqua

Kamerkoor “Vox Antiqua” zingt op 15 maart een Passieconcert.

Probeert het oude muziekkamerkoor doorgaans een programma samen te stellen waarbij het begrip “Passie” staat voor “in vuur en vlam staan” in op zijn minst ook de wereldlijke betekenis, nu, drie weken voor Pasen, heeft het programma een meer bij de passietijd (waarbij in de kerk het lijden en sterven van Christus wordt herdacht) aansluitend religieus karakter.

De te verwachten grotere eenzijdigheid in de programmering wat betreft karakter (uitsluitend liturgisch) en taal (bijna uitsluitend latijn) wordt hopelijk ruimschoots goedgemaakt door op zijn minst twee bijzondere en vrij grote stukken, waar Vox Antiqua de laatste maanden met veel liefde en toewijding aan heeft gewerkt.

Ten eerste de “Lamentations of Jeremiah” van Robert White (c. 1538 – 1574). Deze tekst is door veel componisten op muziek gezet en bepaald niet de minste: Orlando di Lasso, da Palestrina, de Victoria en in later tijd Charles Gounod (om de bij het grote publiek bekendste namen te noemen) hebben er hun krachten op beproefd. De zetting van Thomas Tallis is, dankzij de uitvoering indertijd door the King's Singers, wellicht de bekendste, maar de 5-stemmige compositie van zijn tijd- en landgenoot Robert White is een parel: op het moment dat ik dit schrijf zitten we nog midden in het repetitie-proces en ontdekken we iedere week nog nieuwe interessante passages. Niet voor niets noemde Thomas Morley in zijn “A Plaine and Easie Introduction to Practicall Musicke” (1597) White de grootste Engelse componist van zijn tijd. En, het zou zomaar kunnen: net zoals latere grootheden uit de klassieke muziek als Mozart, Mendelssohn en Chopin stierf hij jong en werd hij slechts ongeveer 36 jaar oud.
Het is onze uitdaging zijn muziek tijdens ons concert voor u de betekenis te mogen geven die het toekomt.

Een ander bijzonder stuk is het “Stabat Mater” van de Tjechische componist František Ignác Tůma (1704 – 1774). De tekst van het Stabat Mater, gedicht in de 13e eeuw en onder andere toegeschreven aan Jacopone da Todi, hoorde eeuwenlang thuis in de liturgie van Goede Vrijdag, tot het door de liturgie-hervorming van het tweede Vaticaans Concilie werd afgeschaft. Het is nog vaker op muziek gezet dan de Klaagzangen van Jeremias, de website stabatmater.info somt er zo al meer dan 400 op! Ook hier komen de namen van Lasso en Palestrina op, naast meer “romantische” componisten als Rossini, Dvořák en Verdi. De versie van Pergolesi is natuurlijk ook heel bekend, maar Tůma's versie, die – toegegeven - de laatste jaren aan populariteit wint, zal u hopelijk echt verrassen!

Het concert wordt gecompleteerd door het ingetogen “Circumdederunt” van Christobal de Morales en het “Lobet den Herrn” van Bach. Dit laatste stuk is voor Vox Antiqua drievoudig grensverleggend: het “alleluia” op het eind geeft aan dat het stuk eigenlijk uitgevoerd hoort te worden ná de passie-tijd; het is nét iets over de grens van de periode in de muziekgeschiedenis die door de leden van Vox Antiqua nog als “oude muziek” wordt beschouwd en tenslotte verlegt Vox Antiqua met dit stuk ook de eigen muzikale grenzen, want Bach vraagt met dit virtuoze stuk het uiterste van de zangers.