Vox Antiqua zingt "Muziek uit de Lage Landen".

Met “Muziek uit de Lage Landen” biedt Kamerkoor Vox Antiqua op 13 Maart a.s. een programma aan dat, met een welwillende dankbetuiging aan Procrustes, het begrip “Nederlandse” muziek mag proberen te dekken.

Immers: op Jan Pieterszoon Sweelinck na, die vrijwel zijn hele leven in Amsterdam gewoond en gewerkt heeft, heeft ons kleine land helaas geen kwartetspellen vol componisten als Mozart of Bach, Gounod of Debussy, Verdi of Puccini, Purcell of Britten aan de muziekgeschiedenis bijgedragen.
Het begrip “Nederlandse School” is in 1826 door de musicoloog Kiesewetter gemunt. In zijn studie “Die Verdienste der Niederländer um die Tonkunst” kwam hij tot de conclusie dat de techniek van het componeren in dubbel contrapunt door Nederlandse componisten was ontwikkeld en iedere componist in die tijd die deze techniek navolgde, werd door hem tot de “Nederlandse School” gerekend, ook als hij eigenlijk uit Duitsland, Frankrijk, Spanje of Italië afkomstig was.
Tegenwoordig is dat begrip “Nederlandse School” nogal uit de mode geraakt, zelfs in Nederland; Nederlanders zijn in het algemeen niet erg chauvinistisch. De aanduiding “Nederlanden” werd in de tijd dat de componisten die tot de Nederlandse Scholen (er zijn er vijf te onderscheiden) behoorden actief waren slechts sporadisch gebruikt; pas vanaf ca 1550 verschijnt dit in officiële stukken. En behalve de reeds genoemde Sweelinck en Jacobus Clemens, die een meer zuidelijke Nederlander, eigenlijk zelfs een Vlaming was, zijn de andere componisten eigenlijk geen “Nederlanders” in onze moderne zin van het woord. Toch: het ooit voorgestelde alternatief “Franco-Vlaamse School” is dan ineens een wel heel radicale ontkenning van ons Nederlandse aandeel. Met het tegenwoordig gebruikelijke “Lage Landen” is beter te leven: historisch omvat het de Bourgondische Nederlanden (Holland, Zeeland, Brabant, Vlaanderen, Artois, Henegouwen en Luxemburg). In de zestiende eeuw werd daar door Karel V Utrecht en de noordoostelijke provincies aan toegevoegd.
Aan de verscheidenheid aan componisten die deze zeer ruime begrenzing oplevert kan dit concert bij benadering geen recht doen. Aanvankelijk probeerden we dan ook de grenzen wat te vernauwen door een uitsluitend Nederlandstalig repertoire te kiezen. Dat zou echter een te strak zittende jas hebben opgeleverd. Daarna bedachten wij onszelf een limiet op te leggen door alleen psalmzettingen te kiezen. Daarin was keus genoeg geweest, maar u zult ons denk ik dankbaar zijn dat we van dat plan zijn afgestapt.
Een overlapping van deze grenzen – noem het een Drielandpunt - treft u in de twee “Souterliedekens” van Jacobus Clemens (ook bekend als Clemens “non Papa”; de toevoeging is waarschijnlijk ooit als grap bedoeld geweest): Psalmen in het Nederlands, door een “echt” Nederlandse componist, geschikt voor uitvoering in huiselijke kring. Van dezelfde componist zingen we echter ook “Tu es Petrus”, in het Latijn.
Van Sweelinck zingen we drie psalmzettingen, twee in het Frans, één (Ps. 117) in het Latijn.
Maar daarna zijn we het meer gaan loslaten en hebben ervoor gekozen zoveel mogelijk verschillende componisten en stijlen uit de Lage Landen te laten horen: Josquin des Prez mocht, als prins der Renaissance-componisten, uiteraard niet ontbreken. Van Orlando di Lasso zingen we zijn “Musica Dei donum optimi”: een loflied op de muziek als geschenk van de goden en één deel uit zijn beruchte “Prophetiae Sibyllarum”.
Ook inzake de liefde bleven onze landgenoten van weleer – laten we zo gewoon zo blijven noemen – bepaald niet in gebreke; u zult dat ontdekken als u de teksten van de chansons van Regnart en Crequillion doorleest – een vertaling wordt voor de zekerheid in het programmaboekje afgedrukt.
Dat vocale muziek, geestelijk of profaan, indertijd erg populair was, blijkt uit het feit dat ze vaak bewerkt werd voor bijvoorbeeld de luit. Het beroemde Thysius luitboek uit de 17e eeuw is het dikste luitboek ter wereld, en één van de zeer weinige luithandschriften uit Nederland. Het bevat bewerkingen voor luit van motetten, psalmen en madrigalen. Wouter Lucassen zal u daaruit op de theorbe twee stukken laten horen.